Don Quichot

Van de week reed ik over de A1 in het oosten des lands. Links en rechts van mij zag ik industrie in aanbouw. Grote, grauwe, nietszeggende schoenendozen die het uitzicht van weleer weghalen. Zo zonde, dacht ik toen ik er langs reed. Stukje bij beetje worden weiland en natuur ingepikt onder de noemer van groei van economie en welvaart. Je kan ook gewoon concluderen dat Nederland misschien wel gewoon ongezond vol is gegroeid, maar afijn.

Ergens tijdens diezelfde rit zag ik ook grote spandoeken hangen. “Geen windmolens!” Dat vind ik raar. Het eerste wat ik dacht was, oh, dus je wilt geen grote windmolen in een weiland, maar wanneer eenzelfde weiland helemaal verdwijnt voor nieuwbouw of een grauwe blokkendoos heb je daar geen moeite mee? Want die spandoeken heb ik nooit zien hangen.

Kijk, dat je zo’n windmolen niet precies bij je achterdeur wilt hebben, begrijp ik ook wel. Echter begrijp ik niet de weerstand die het geeft. Hadden we 400 jaar geleden ook niet een land vol windmolens? En waren die geen onderdeel van onze welvaart destijds? En koesteren we niet met liefde die paar molens die uit die tijd zijn overgebleven?

Ik weet dat deze molens wel een stukje groter zijn en misschien daarom wat intimiderend over kunnen komen. Ze bezorgen ons echter ook veel stroom, net als  zonnepanelen. Misschien ben ik dan naïef in denken, maar hoe fijn is het om in de toekomst niet tot nauwelijks afhankelijk te zijn van brandstof uit andere landen… of dat Groningen wat minder naar beneden zakt?

Oké, ergens in het noorden van Nederland, bij het Lauwersmeer, geven ze een beetje het verkeerde voorbeeld. Daar bouwden ze flink veel molens waardoor menig inwoner dacht, hoera! Dadelijk goedkope energie. Maar net als die blokkendozen ging de economie voor op het maatschappelijke. Hoe durf je je ziel voor geld aan twee multinationals te verkopen en je inwoners letterlijk in de kou te laten staan? Foei!

Toch denk ik, wanneer ik die anti-spandoeken zie, waarom die strijd tegen de windmolens die ons weer zelfstandiger kunnen maken? Ja, hij staat ergens in een weiland of bos, maar het bos staat er dan nog en wordt niet verkloot door een industriegedrocht of door een overschot aan stikstof in de lucht.

Waarschijnlijk hebben er 400 jaar geleden ook mensen geroepen dat de windmolens landschapsvervuiling waren. Net als misschien jaren later wel watertorens, fabriekspijpen (die bovendien zwaar vervuilend waren), telefooncellen, of die lelijke kabelgoten dwars door een pand heen

Nu hebben we trots de molen op een ansichtkaart staan, is de telefooncel een gewaardeerde verzamelobject geworden, net als de ABWB-paal, maken we van watertorens een leuk huis, zijn oude fabriekspijpen opeens cultureel erfgoed. Oké, die kabelgoten blijven gewoon lelijk.

Zal dat uiteindelijk ook niet zo met de windmolens gaan? We hebben er eerst veel nodig, omdat het gas niet eeuwig is en dat we (de meesten althans) Groningen liever niet onder water zien verdwijnen? En rijden we als zuinige Nederlander liever niet goedkoop? Of rijden we liever in de toekomst de benzine voor de hoofdprijs op? Ten koste van onze natuur? Waarom die angst voor de veel groenere energie ten opzichte van milieu vernietigende bronnen? Waarom willen we zo graag afhankelijk blijven van andere landen die met de prijs kunnen doen en laten wat ze willen? Dat vind ik dus raar.

Ik rijd over de A1 en steek de Duitse grens over en zie vrijwel onmiddellijk een aantal windmolens in het groene landschap. In de verte sprint een hert het bos in.  Mijn blik gaat terug naar de molens en ik  denk:

Deze Sancho strijdt deze keer niet mee tegen de molens.

Reacties

    1. Bericht
      Auteur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.