Snotkapje, een modern sprookje

‘Snotkapje.’

‘Ja?’

‘Waar ga je heen?’

‘Naar oma, naar oma, met lijn twee.’

Kennen jullie dat verhaal van Snotkapje? Snotkapje was een lieve, jonge meid van rond de 18 die elke week iets lekkers bracht naar oma. Koekjes, chocolaatjes, zware shag, jenever. Van alles.

Ze  wandelde door de grote, gevaarlijke stad. In de lente en zomer in haar rokje. Wat veel gesis en gefluister opleverde door voorbijgangers.

“Pas op voor de wolf?,” dacht ze. Pas op voor de vele wolven! Ja, de stad was geen makkie voor een moderne vrouw als Snotkapje. Waar vroeger topless zonnebaden en zonder onderbroek douchen heel gewoon waren, leek naarmate de tijd vorderde de moderniteit een tegenovergestelde richting in te bewegen. Conservatisme noemden ze dat met een duur woord, wist Snotkapje.

Snotkapje heette voorheen overigens Mondkapje en in het verleden zelfs Roodkapje. Zij wist echter via de media dat er grote groepen schapen flink beïnvloed werden door boze wolven. Verledens die men wilde verzwijgen, kwamen boven tafel. Schapen voelden zich onrechtvaardig behandeld en schapen voelden zich bedreigd, omdat opeens standaard zaken niet zo standaard waren.

Roodkapje had daarom geen enkel risico genomen. Als namen met kleuren of verwijzing daarnaar zo gevoelig bleken, kon ze beter maar haar naam veranderen in Mondkapje. Als moderne vrouw had ze immers de mond toch altijd al open.

Dat had die boze wolf maar mooi voor elkaar gekregen.

Net toen stemmen uit het verleden en van het heden gehoord werden. Net toen mensen meer en meer hun rechten op begonnen te eisen, kwam er een groot, boos virus uit een land heel ver weg.

De wolven die vonden dat ze de baas waren in verschillende landen, deden van iets tot niets aan dit probleem. Met als gevolg dat heel veel schapen ziek werden en stierven. Een andere groep schapen ging het gewoon ontkennen. Dat had de wolf hun immers verteld. Zij besloten te doen wat ze het beste konden: heel veel en hard blaten. Dat deden ze goed. Want het voelde dat ze gehoord werden.

En de wolf? De wolf lachte in zijn klauwtje.

Snotkapje had ondertussen een heel ander probleem. Vrolijk huppelde ze tijdens de lockdown door de stad. Er was bijna niemand op straat. Geen sissende mensen meer. Geen oude mannetjes die haar met hun ogen uitkleedden en geen dubbelzinnige opmerkingen van een te vrijpostige buschauffeur. Toch was niet alles mooi voor haar. Ze mocht niet bij oma komen. Het virus uit den verre was te gevaarlijk voor oma. Zware shag en jenever deden minder schade dan het virus.

Om dit op te lossen, werd er naast paniek zaaien en veel geklaag door het volk gezegd dat mondkapjes de oplossing waren.

“Hé ”dacht Snotkapje, “zo heet ik ook sinds kort. Wat een toeval. Want zo heette ze immers toen nog.”

Snotkapje kocht een regenbooggekleurde stoffen mondkapje, zodat ze zeker wist dat ze niemand voor het hoofd stootte. Ze wandelde met een mand vol lekkernijen richting oma.

Onderweg kwam ze nog een groep demonstrerende schapen tegen. Roepend dat het virus een grote complottheorie was. Alles was nep. “Net als de wolf in schaapskleren die hen aanvoerde,” dacht Snotkapje, maar dat hadden ze niet door.

Vrolijk vechtend tegen de politie probeerden ze hun punt te maken. Dat lukte niet echt. Daarom ging de wolf in schaapskleren alles filmen wat de politie deed en gooide dit meteen op de digitale media. Onder het mom van wat een gewelddadige fascisten deze hardwerkende mensen van het recht wel niet waren.

Snotkapje stond erbij en keek er naar. Ze vroeg zich af wat nu gevaarlijker was. Het virus? Of de schapen die rond blaatten op de sociale media?

Terwijl een midden-veertiger met corona zijn laatste adem uitblies achter het raam vlakbij de demonstratie, had Snotkapje genoeg gezien. Als moderne vrouw trok zij haar conclusie: Iets wat in de tijd dat ze nog Roodkapje heette niet opgelost kon worden, kon dat een paar honderd jaar later ook nog niet. “Je kan dan wel een Tesla uitvinden, maar dat wil nog niet zeggen dat je modern bent,” bedacht ze zich.

Vrolijk huppelde ze met haar regenboogmondkapje door.

‘Vieze lesbo met je regenboogkapje!’ hoorde ze ergens van een groepje jongeren, die totaal geen moeite deden om afstand van elkaar te houden.

‘Ik heet Mondkapje hoor,’ zei ze terug.

Toen kreeg ze een aantal woorden naar haar hoofd geslingerd die ik hier liever niet opschrijf.

Wat minder vrolijk huppelde ze sneller door.

Ze nieste. Netjes in haar ellenboog. Alleen had ze haar mondkapje voor. Ojee. Haar hele mondkapje zat er onder. Wat moest ze doen? Volgens een hele kudde schapen was het mondkapje bestempeld als virusproof en een manier om bij oma op bezoek te komen zonder haar te besmetten.

Snotkapje, nu haar definitieve naam, bestudeerde de mensen om haar heen. Veel droegen al een kapje. Stof, papier, zelfs plastic. Mensen aten erachter, niesten, zweetten, praatten, rochelden. Niet erg hygiënisch allemaal, vond ze. Kennelijk hield het gevaarlijke virus niet van hygiëne. Waarom zouden we het anders allemaal zo massaal dragen?

Met haar kapje vol snot huppelde ze vrolijk door naar het verpleeghuis. Hier en daar zag ze wat klapvee langs de kant van de weg staan. Vee dat zich al sinds de komst van het virus  de handen stuk klapten. “Het verzorgend personeel had liever gehad dat ze hun handen stuk zouden werken om hun wat te ontlasten, maar afijn, we zijn nu eenmaal rare wezens,” dacht Snotkapje.

Bij aankomst bleek oma zelf ook net te zijn gearriveerd. Ze was de kroeg uitgezet. Die moest eerder dicht. Half waggelend kwam ze met haar rollator aan. Ze snoot haar neus en kwam er te laat achter dat dit niet haar zakdoek, maar haar mondkapje was.

‘Oh, oma, wat heeft u een rode neus.’

‘Ach lieverd,’ zei oma ‘ik heb heel lang geleden de Spaanse Griep meegemaakt en nu deze Covid-19. Daar tussenin zitten een paar decennia van ondergang en opkomst. We zijn uiteindelijk geen meter opgeschoten.’

‘Anderhalf meter,’ grapte Snotkapje.

Oma had gelijk, wist ze.

‘Snotkapje.’

‘Ja?’

‘Waar ga je heen? Eigenlijk?’

Snotkapje zuchtte en haalde haar schouders op. ‘Als we zo blijven doorgaan, gaan we nergens heen.’

En ze leefde nog lang en in quarantaine.

Comments

  1. Evert Kleijer

    Ha Michiel, nu je ineens veel vrije avonden hebt omdat de toneelrepetities zijn afgelast verwacht ik natuurlijk wel meerdere Corona gerelateerde sprookjes. Zoals Klein Duimpje die op elke anderhalve meter een broodkruimeltje liet vallen. En wat denk je van Sneeuwwitje die wakker werd gekust op de IC door een in beschermende kleding gehulde prins-verpleegkundige? Zomaar een paar ideetjes voor de komende tijd. Snotkapje was in ieder geval leuk om te lezen. Groet Evert

    1. Post
      Author
    1. Post
      Author

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.