16

Teun en de koeien

Post Image

 

Natuurgebieden. Heerlijk! Het lijkt wel of sinds de crisis het aantal natuurgebieden zich vermeerderen. Sowieso grappig om te zien dat hoe dieper de crisis hoe hoger we het biologische in het vaandel hebben. We worden groener, bewuster met eten en we zoeken elkaar meer op. Familiare programma’s op TV. Opeens wil iedereen weer schaatsen en Unox rookworst. Kortom: we worden te midden van alle wereldse ellende, weer menselijker.  

Terug naar de natuur. Het past er dan ook precies bij. Crisis of geen crisis, ik ben er dol op!  

Als ik het kan redden ben ik alle weekenden wel ergens in een bos, op de hei of bij een meer te vinden. Heerlijk de natuur snuiven, hopen dat je wat wild ziet, maar vooral even je hoofd leeg maken.  

Nu heb je ook natuurgebieden waar wild is uitgezet; runderen, paarden, bevers of de beroemde korhoender die maar niet wil blijven leven. Vlak bij mij in de buurt is er zo’n natuurgebied. Eentje met loslopende paarden en runderen. Leuk! Dacht ik. Daar moet ik eens naar toe. Dus op een mooie zaterdagochtend de hond aan de riem gedaan, zoon jas aan en hup in de auto. Iets minder groen. Op naar dat mooie stukje Nederland aan de IJssel.  

Mijn hond heet Teun en is een mannetje. Wat ik tot nu toe met Teun gewend ben is, dat andere honden veel naar hem blaffen als hij te dicht in de buurt komt. Kennelijk stoot onze blonde labrador soortgenoten af. Dus toen we aankwamen bij het wandelgebied was ik blij dat er geen andere honden te zien waren. Geen geblaf en getrek aan de riem. 

Wij de auto uit en het wandelpad op. Algauw kwamen we bij een groot schuinstaand hellend houten hek. Het begin van de wilde natuur. Mijn zoon rechts en Teun links in de hand vasthoudend, liepen wij het enige gebaande paadje van het gebied op. Lekker! Veel wilde bloemen, mooie bloesems en redelijk rustig. 

Na enkele minuten kwamen de eerste dieren tegen; de paarden… Nou ja: paardjes. Zo groot waren ze niet. Ik zou er over kunnen bokspringen zeg maar. De viervoeters waren behoorlijk nieuwsgierig en kwamen algauw op ons afgestapt. Helemaal niet erg. Ze waren klein en zagen er vriendschappelijk uit. We hadden een stuk of tien paardjes om ons heen staan en terwijl mijn zoon en ik druk met aaien bezig waren, viel me iets op. De paarden hadden wel heel erg veel interesse voor Teun. Nieuwsgierig snuffelden ze bij het achterwerk van mijn hond. Deze had op zijn beurt niets door en snuffelde druk over de grond en probeerde als een tierelier zijn domein af te bakenen. Steeds als hij een neus tegen zijn bips voelde, liep hij een stukje weg.  

Hmmm… opvallend, een paard vind Teun wel leuk.  

Met deze gedachte namen mijn zoon en ik afscheid van de paardjes en vervolgden onze weg langs de IJssel. 

‘Kijk, daar zijn de koeien.’ 

Wat een grote koeien! 

Bij het begin van een weiland langs de IJssel, stond een stier op wacht met hoorns van wel twee meter lang! Ja ik overdrijf de lengte, maar  

a. Welke man schept niet op over de lengte? 

b. Als jij daar gestaan had, hadden de hoorns zeker weten ook als twee meter aangevoeld. 

De stier had ook een koe kunnen zijn, maar ik durfde daarvoor niet al te dichtbij te komen. En om daar gehurkt te gaan zitten om te kijken of ik met een uit de kluiten gewassen testosteron beest te maken had, leek me een beetje de kat op het spek binden.  

Afijn, we liepen vrolijk door. Koeien zijn immers onschuldige wezens der natuur. Die doen niks. Ze lijken dan wel op kleine bestelbusjes met hoorns, maar ze eten alleen gras, staren wat in het rond en bewaken hun terrein.  

Hand in hand met zoon en de hond aan de riem genoten we van het uitzicht. De uit de kluiten gegroeide stier draaide zich een keer met zijn kop naar ons toe. Ik groette hem vriendelijk. Zijn kop boog. Eerst dacht ik nog dat hij terug groette. Hoe verrassend zou dat zijn! Een wilde rund met etiquette. Alleen… hij groette mij niet. Hij zag Teun. Even meende ik een glinstering in zijn ogen te zien van:  

Hé, was dat voor een dier? 

Gewoon doorlopen Michiel. Moedig gingen we verder. Hoewel ik wel een onzeker geknaag in mijn buik kreeg. Ken je dat gevoel alsof je achtervolgd wordt? In films zie je dat ook wel eens; iemand denkt dat hij achtervolgd wordt, draait zich om en ziet niemand. En toch weet deze zeker dat er iemand achter hem aan zit. Dat gevoel had ik ook. Ik werd achtervolgd, maar het was geen mens. Het was een koe.  

Waarschijnlijk als ik me omdraai, is het loos alarm. Dacht ik. Iets vertragend in mijn pas, draaide ik me langzaam om. Een hele kudde koeien stond zo’n vijf meter achter me! Ik hield halt, zij hielden halt. Al hun ogen waren gericht op Teun! Ik wende mijn blik naar mijn zoon. Alsof ik in een spiegel keek. Ik bestudeerde Teun. Hij keek naar de runderen en kwispelde. Hoe kun je nu vrolijk met je staart rondzwaaien als er een drie dozijn gevaarlijk zwaaiende hoorns het op jouw gemunt hebben? 

Daar stond ik dan. Ik probeerde mezelf enige rationele gedachtes toe te spreken. 

‘Oké Michiel, hier sta je dan. Voor je een kudde anabole koeien en achter je ook. Ooit heb je weten te ontsnappen uit de Primark, dus dit moet appeltje-eitje zijn.’ 

Nu was de situatie nogal lullig. En dan druk ik me zacht uit. Alleen werd het nog lulliger toen ik over de koeien heen, waar de uitgang van het weiland was, een groepje wandelaars zag. Ik dacht eerst: Ja! Hulp! Bijna begon ik ook dankbaar te lachen, tot dat ik door kreeg dat ze geen aanstalten maakten om mijn kant uit te komen. Een paar stond met hun armen over elkaar heen met een gezichtsuitdrukking van:  

‘Ik ben benieuwd.’  

En de rest stond klaar met hun mobieltje in de hand. Camera gericht op ons. 

‘Nou zoon, vanavond staan we op Facebook,’ zei ik nog al ironisch, maar de humor zag hij er niet van in.  

Daar stond ik met mijn zoon en hond, daaromheen de runderen en daarachter de biologische geitenwollensokken ramptoeristen. De scene had niet misstaan in een Laurel en Hardy film. Wat kon ik doen? Ja, ik kon Teun achterlaten met zijn wilde fanclub en mijn zoon en ik zouden veilig zijn. Maar ja, ik ben te veel gehecht aan mijn naar zweetsokken stinkende labrador. Bleef er maar een optie over: We moesten dwars door de kudde. Verstand op nul en gaan.  

Daar ging ik… geestelijk… lichamelijk bleven mijn voeten op de plek waar ze waren. De toeschouwers hielden hun mobieltjes wat hoger. Je wist natuurlijk maar nooit op welke camera stand ik op de hoorns genomen zou worden.  

Teun schoot iets naar voren. De koeien deinsden achter uit. Ze waren bang! Bang voor een elfjarige, naar zweet stinkende, harende hond. Dit was een onverwachtse wending. Ik rook mijn kans. Ik hield mijn zoon stevig vast rechts en gaf Teun speling op zijn riem links. Daar gingen we.  

We liepen alsof we de leeuw, de tinnen man en de vogelverschrikker uit The wizard of Oz waren. Angstig, stijfjes en parelend in zweet. We voelden hoe het publiek met ons meeleefde… vooral met de koeien. 

Teun was onze staf en de koeien waren de rivier die voor ons open spleet. Eenmaal kwam er een stier wat dichtbij. Ik slikte, de toeschouwers moedigden aan en mijn hond? Teun keek, Teun hijgde en overwon. Het rund krabbelde terug. 

Nog een stukje en ik was er! We versnelden onze pas. Mijn zoon sleepte ik bijna mee. Het was niet anders. Later zou ik wel sorry zeggen. Einde wild-gebied. Gered! Als ik nog zou roken, had ik drie sigaretten tegelijk opgestoken. Maar nu moest ik mijn spanning op een andere manier kwijt. De ramptoeristen. Daar kon ik mijn overschot aan dopamine perfect op botvieren.  

Ik keek op, klaar om mijn mond open te trekken. Ze waren verdwenen. Waarschijnlijk teleurgesteld op mijn goede afloop, waren ze alle kanten het natuurgebied weer ingevlogen. Er was geen spoortje wollen sok meer te bekennen.  

Nog eenmaal draaide ik me om. De koeien waren weer vredig aan het grazen. De stier met de flinke hoorns stond op wacht alsof het nooit wat anders had gedaan. Ik zuchtte een keer van opluchting en kuste mijn zoon op zijn hoofd. Uiteraard kreeg Teun een mega knuffel. 

koe


16 reacties

Geef een reactie